Over het Genootschap voor Geofictie

Heb je een eigen land bedacht, of een stad, een planeet of een ander gebied? Heb je daarvoor kaarten getekend, kunst of gebruiksvoorwerpen gemaakt, een boek geschreven, spreek je of schrijf je de taal, of doe je er andere dingen mee? Hier kun je meer lezen over het Genootschap voor Geofictie (GvG), een vereniging op fictief gebied.

Geofictie is fictieve geografie: het verzinnen en ontwikkelen van een ‘geo’, een fictieve geografische eenheid. Dat kan een land zijn, een stad, een streek, een planeet, een planetenrijk; het maakt niet uit. Het Genootschap voor Geofictie geeft geofictie-hobbyisten (‘geofictici’) de gelegenheid om met anderen ideeën over die verzonnen gebieden (‘geo’s’) uit te wisselen. Meestal zijn het landen. Met een fictief land is van alles te doen, zoals:

  • dingen maken, zoals kaarten, vlaggen, geld, postzegels (soms trapt de postbode er nog in ook), drank, kunstvoorwerpen en maquettes;
  • van alles ontwerpen of uitwerken, zoals talen, vervoerssystemen, muziek, politieke systemen, cultuur en rituelen;
  • verhalen schrijven of vertellen, die zich in het gebied afspelen;
  • rollenspellen en toneelstukken;
  • gebruik als leermiddel in bijvoorbeeld het onderwijs (aardrijkskunde) of diplomatie.

Er is ook interactie mogelijk tussen fictieve landen, en dus tussen de bedenkers van die landen. Dat is één van de aardigste kanten van geofictie: het GvG brengt geofictici bij elkaar, onder meer door bijeenkomsten te organiseren.

De verbeelde wereld
Voor oude geografen was een grote fantasie onontbeerlijk om onbekende landstreken te beschrijven. Ze gingen bijvoorbeeld uit van de wereld als een schijf van land in een zee waar je vanaf kon vallen als je maar ver genoeg de zee op ging. En middeleeuwse cartografen vulden onbekende delen van de aarde met vreemde, zelfbedachte volkeren. Inmiddels is de aarde een nauwkeurig in kaart gebrachte planeet. Vrijwel elke plaats is nu verkend, beschreven en gefotografeerd. In geografie heeft fictie geen plaats – of toch wel?

Ook is het fantasievolle verplaatst van de vroegere ‘wetenschap’ naar de huidige literatuur. Bekende bedenkers van verzonnen werelden zijn Thomas Moore (Utopia), Jonathan Swift (Gullivers Travels), L. Caroll (Alice in Wonderland), J.R.R. Tolkien (The Lord of the Rings), Frank Herbert (Dune), Isaac Asimov (de Stalen Holen en de Blote Zon, de Foundation) en Jack Vance (Durdane, Tschai en vele andere werelden). Ook voor televisie en film worden aan de lopende band werelden verzonnen, met name voor science fiction (Star Wars, Star Trek, Alien, Batman, Babylon 5, Doctor Who, Blakes7, Space: 1999, Raumschiff Orion). Op internet zijn legio mogelijkheden om zelf aan interactieve werelden deel te nemen, zoals ‘multi-user dungeons’ en de netwerkversies van computergames.

De meeste van deze werelden zijn niet alleen spannend, ontspannend of leuk, maar ook kunnen ze onze eigen samenleving een spiegel voorhouden of als middel dienen om te kijken ‘hoe onze samenleving zou zijn geweest als…’

Leave a Reply